Doorgaan naar hoofdcontent

Meeting

Nu de kinderen groter worden, nemen de huisdieren de schone taak over om ons te vertederen. Tika is de benjamin van de familie. Ze is de derde hond van mijn zus; een Rhodesian Ridgeback. De eerste Ridgeback in de familie, kwam zoals de soortnaam al aangeeft uit Afrika. Oorspronkelijk zijn het leeuwenjagers en ze zijn atletisch en gespierd zodat ze goed uitgerust waren om de jagers te helpen bij de jacht op de koningen uit ons dierenrijk. De kortharige vacht is bruin van kleur en over de rug loopt een streep tegendraadse haartjes die grappig aanvoelt en eruitziet als een rits.

Tika is op dit moment aanhaliger dan normaal. Ze kijkt lodderig uit haar ogen en als je haar aan wilt lijnen na een wandeling, blijft ze mooier stilstaan dan anders en kijkt dan met de bruine ogen wat dromerig naar de wolken. Als ze het klikje van de riem hoort knippert ze even en kijkt ze je aan. Is ze drachtig?

Al sinds de zomervakantie kijkt Maureen uit naar de dag waarop Tika loops wordt. Haar gezin bezoekt in de Limousin een familie met een mooie reu met een goede stamboom. In een zonnige zomertuin ruiken de twee tieners aan elkaar en na een poosje dollen, rennen ze achter elkaar het erf over, met aanmoedigende blikken en geroep van alle baasjes op het terras.

Vijftien oktober is het zover. Tika is loops en Dimba’s familie in Frankrijk wordt gebeld om een meeting te regelen. Baasje Pierre stelt voor om met de toekomstige tortelduifjes naar de Elzas te rijden. Zijn moedertje heeft daar een huis waar Tika en Dimba zich uit een speelse vriendschap in een avontuurtje kunnen storten. Het lijkt hem goed als er zo weinig mogelijk afleiding is en daarom komt hij alleen met zijn hond. Of Maureen dat ook kan doen. Haar gezin blijft dus thuis met de twee oudste honden.

Dimba en Tika zitten nog in de auto’s. Pierre en zijn zesennegentig jaar oude moeder nemen Maureen mee voor een lunch met flamkuchen en cider. Het Frans van mijn zus is heel goed omdat ze ooit au pair was. Na het eten wordt madame thuisgebracht en gaan de baasjes een wandelingetje maken. Zo kan het koppel aan elkaar snuffelen. Een teefje moet langzaam spelend wennen aan een reu. Ze moet even de tijd krijgen.

Maar Tika en Dimba zijn nog geen vijf minuten bij elkaar of ze zitten aan elkaar vast. Op een rare manier. Dimba is op Tika geklommen, over haar rug gedraaid en nu zitten de achterlijven aan elkaar geplakt lijkt het wel. Pierre probeert de aangelijnde Dimba weg te trekken. Maar Maureen weet alles van de paring. Dit hoort zo! En dat moet in het Frans uitgelegd aan Pierre: ‘C’est bien, niet wegtrekken nu’. Het stijve geslachtsdeel van Dimba is honderdtachtig graden gedraaid in Tika. Het laat pas los na de copulation. Zoeken naar Franse termen van woorden die je nooit gebruikt. Over het penisbot en de zwelling na de penetratie. Een verbaasde Pierre. Daar staan ze dan tegenover het kerkhof en niet in de tuin van zijn moeders houten huis.

Pierre aait Dimba over de kop. Maureen zit gehurkt naast Tika om haar gerust te stellen. De koppeling kan vijf tot zestig minuten duren zegt Maureen. Er rest de baasjes niet veel meer dan afwachten hoe lang het duurt. Ieder dicht bij zijn hond, een beetje kletsen, zich akelig bewust van het doel van dit weekend. Het moment dat de beestjes loskomen een zucht van verlichting bij Pierre en een zenuwachtig lachje bij beiden.


Onder het Elzasser huis met de bruin witte luiken en de eikenhouten trap naar de voordeur, hebben Tika en Dimba het nog zeven keer gedaan, naast de garage en op het grasveld. De laatste keer was binnen, onder het eten van een soep en stokbrood bij de kwieke oude maman. De lepels moesten even neergelegd zodat Pierre en Maureen hun honden weer konden aaien en geruststellen. Moeder wachtte geduldig tot haar gasten weer verder konden tafelen. Vijf tot zestig minuten. Alles voor de goede zaak: een nestje vóór de kerst?


Reacties

Populaire posts van deze blog

Doe wat je wilt en alles komt goed

Elke dag hoor ik ‘ik ga douchen’ en ‘ik ga boven’.  Waarom is dat laatste niet goed? Het is immers: ‘I go upstairs’?  Het zijn kleine dingen die me opvallen, omdat mijn gastzoon Nederlands leert. Zal ik er iets van zeggen of niet? Het is al heel fijn dat Haruto aangeeft dát hij naar boven gaat, want dat heb ik hem moeten leren. Dat het netjes is als je af en toe iets zegt. Zeker als je naar boven of naar buiten gaat. Ik vraag me af waarom Haruto zich zo muisstil door ons huis begeeft. Is de manier waarop je ruimte inneemt cultuurbepaald? Ik denk van wel. Ik ben goed in observeren. In mijn tijd op de pedagogische academie was dat een ‘vak’. We kregen leerling-observatie-opdrachten mee op stage. Heerlijk vond ik het om bepaald gedrag te turven vanuit een stoel achterin de klas. Je kunt daar zoveel informatie uit halen. Het is een tweede natuur geworden. In elke cultuur kennen we gewenst en ongewenst gedrag. Iedere opvoeder weet dat je gewenst gedrag kunt stimuleren en dat je...

Het reproductiegetal van de wat-alsjes

De coronapandemie speelt al bijna twee jaar en daarmee is de woordenschat van de gemiddelde Nederlander groter geworden. Intuberen, groepsresistentie, het reproductiegetal; het kwam allemaal in de media voorbij. Mocht je je afvragen wat het r-getal is, kijk dan naar dit plaatje van de Rijksoverheid. Hoe groter het r-getal, hoe groter de verspreiding van het virus In het ideale geval bljft het r-getal tussen de nul en de één. Dan hebben we corona onder controle. In Nederland hebben we duidelijk geen controle meer over de verspreiding en is de ellende niet meer te overzien. Bij mij roept dit veel vragen en onzekerheden op. Wat als er weer een lockdown komt? Wat als ik nog langer niet naar Japan kan? Wat als er geen nieuw gastgezin wordt gevonden voor mijn Japanse gastzoon? Wat als Yutaka niet kan komen met kerst? Wat als hij corona krijgt als hij wel komt? Dat zijn mijn persoonlijke wat-alsjes: mijn zorgen omdat niets meer zeker lijkt. Ik ben gebaat bij planning en struktuur en als...

Japans boeddhisme

Afgelopen zomer snuffelde ik rond op de website van een reisboekenwinkel en ik vond een grote verscheidenheid aan boeken over Japan. Tussen vele bekende titels dook een nog te verschijnen exemplaar op: Japans boeddhisme door Henny van der Veere. De schrijver van het boek is Japanoloog en opgeleid als priester in de Shingon-school. Een reservering was snel gedaan en enige maanden later verscheen het boek met een andere cover dan aangekondigd. Was eerst nog gekozen voor het grote Japanse Boeddha standbeeld uit Kamakura met roze kersenbloesem op de voorgrond, nu sierde Shūgyō Daishi de voorkant, met een donkerrode band met de titel over het groen van een pijnboom. Die minder frivole foto geeft de toon aan die ik in dit boek vond. Het is geen luchtig boek, maar een boek ter verdieping voor de lezer die meer wil weten over Japan. Voor mij bood het boek een welkome kennisuitbreiding; het gaf antwoorden op vragen die ik al jaren had. Drie jaar geleden liep ik, net zoals Henny van der Ve...